‘Je ziet dat er trots bij mensen ontstaat over waar men mee bezig is ’

Willen we bepalen of de duurzaamheidsdoelen voor GWW-projecten op het gebied van CO2 en materiaalgebruik tijdig worden gehaald, dan hebben we een uniforme monitoringstool nodig. Hiervoor heeft het samenwerkingsverband Duurzaam GWW het ‘no-regret’ project Monitoringstool CO2/CO2-Dashboard dit voorjaar geïnitieerd. We spreken Els Martijn van Firm of the Future, tevens projectleider, over hoe het project ervoor staat. Dit artikel is de tweede in een serie over de betekenis van de vastgestelde no-regretprojecten over duurzaamheid in de GWW.

Els Martijn, projectleider

Kan je vertellen wat de aanleiding van dit project is geweest?
“Eigenlijk is het project ontstaan omdat we met elkaar willen weten hoever we nu zijn met de CO2-reductie”, vertelt Els Martijn, “Het gevoel leeft dat de reductie van CO2 niet in verhouding staat tot de inspanningen die we met elkaar leveren. Veel partijen zijn daarom op zoek naar een monitoringtool om te laten zien welke bijdrage zij, ieder voor zich, leveren aan de opgave waar we in Nederland voor staan. Die opgave is om onze CO2-uitstoot te reduceren met 55% in 2030 (ten opzichte van 1990). Als we alle plannen doorrekenen, komen we nu uit op een reductie van ongeveer 30-35%. We zijn er dus nog lang niet, terwijl iedereen het gevoel heeft dat we al een heel eind op de goede weg zijn. Stientje van Veldhoven, oud-staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), wilde graag weten wat de impact is van alle subsidiegelden die de overheid in de verschillende initiatieven stopt en wilde dat via een monitoringtool zichtbaar maken.”

“De GWW-sector is natuurlijk al heel lang bezig om meters te maken met de klimaatdoelen en heeft al veel tools omarmd, zoals het Ambitieweb, de Omgevingswijzer en de CO2-Prestatieladder. Wat we nog niet hadden, was een monitoringstool. De verantwoording over onze inspanningen zat nog niet in de toolkit van Duurzaam GWW. Daarom zijn we voorjaar 2021 dit project gestart, met het idee om zelf een monitoringstool te creëren.”

Nu hoor ik mensen denken: alweer een tool?
Els vervolgt: “Het blijkt ook dat veel partijen al bezig zijn om een monitoringstool te ontwikkelen. Zo werkt provincie Gelderland al een aantal jaar, samen met Firm of the Future, aan een Klimaatmonitor waarmee zij elk kwartaal rapporteert over de impact van genomen maatregelen. Met deze Klimaatmonitor kun je zaken visualiseren met grafieken en maak je voor bestuurders inzichtelijker waar je mee bezig bent. Een ander voordeel van een tool of dashboard is dat je met elkaar afspreekt welke definities je hanteert voor rapportage. Wat meet je wel, wat niet en hoe ziet de trend eruit? Het leuke is dat je ziet dat er trots bij mensen ontstaat over het kunnen laten zien waar men mee bezig is. En we zijn met goede dingen bezig.”

“De Unie van Waterschappen heeft een eigen Klimaatmonitor in gebruik, waarin ze samenwerken met Arcadis. De waterschappen meten welke broeikasgassen vrijkomen bij hun waterzuiveringsinstallaties en gebruiken deze metingen als benchmark. Het Ministerie van IenW is zelf ook bezig met monitoring, net als veel andere overheidsinstanties. Duurzaam GWW wilde hierin graag het voortouw nemen en tot gezamenlijke uitgangspunten komen waarop we gaan meten.”

Waarom ‘no regret’?
“Arcadis en Firm of the Future hebben vervolgens dit project op basis van eigen ervaringen uitgewerkt in 8 stappen of werkpakketten, hoe tot een monitoringstool voor Duurzaam GWW te komen,” vertelt Els verder. “Omdat er al zoveel initiatieven voor monitoring zijn, is besloten om alleen de eerste 2 stappen – de dialoog met betrokken organisaties en de definitiefase – gezamenlijk uit te werken. Duurzaam GWW werkt hierin samen met het Interprovinciaal Overleg (IPO), Unie van Waterschappen (UvW) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), inclusief Rijkswaterstaat en ProRail. De dialoog gaat om inventarisatie: wat is er al aan monitoring en wat wil men ermee? En welke onderwerpen wil je in een dashboard terugzien? En vervolgens, wat zou dan de definitie zijn, hoe gaan we meten? Deze stappen zijn sowieso nodig vanuit Duurzaam GWW, ongeacht wat iedereen in Nederland doet met monitoring, zelfs al besluiten we niet zelf een monitoringstool te bouwen.”


Om tot een uniforme monitoring te komen zijn in het project Monitoringstool CO2/CO2 Dashboard de volgende werkpakketten gedefinieerd:

  1. Dialoog met betrokken organisaties;
  2. Definiëren KPI’s;
  3. Keuze platform Monitor;
  4. Ontwikkelen invulformats Nulmeting/ monitor;
  5. Opstellen Gebruikershandleiding monitor;
  6. Opstellen procesbeschrijving monitor;
  7. Presentatie + Roadshow;
  8. Periodieke analyse, dashboards, beheer & ontwikkeling.

Lees meer over de vaststelling van de no-regretprojecten.

Voorbeeld van hoe een CO2-dashboard eruit zou kunnen zien.


Wat hebben de eerste gesprekken opgeleverd?
“Er zijn inmiddels al gesprekken geweest met 4 gemeentes, de Unie van Waterschappen en 4 provincies. Je merkt dan dat iedereen met hetzelfde vraagstuk qua monitoring zit. Hoe meten we? Wat meten we? Kunnen we benchmarken? We weten niet of we het goed doen, dus dan is het extra belangrijk om te leren van elkaar. Het gaat in deze fase vooral om elkaar vinden, onderwerpen van monitoring verkennen en een moment van reflectie inbouwen. Zo willen we snelheid creëren om toch onze doelen te realiseren, ”aldus Els.

“In de een-op-een sessies zie je verschillen ontstaan over onderwerpen. De gemeenten Amersfoort, Eindhoven, Oss en Zevenaar hebben gereageerd op onze oproep. Deze gemeentes zijn heel actief bezig met duurzaamheid en met het vraagstuk van monitoring. Ik ben benieuwd wat daar uit komt. Naast de kwantitatieve gegevens verwacht ik dat er ook kwalitatieve gegevens in het dashboard zullen komen. Zoals over klimaatadaptatie: gaan we iets met overlast doen, met klachten van burgers rond klimaatproblemen? Die had ik vooraf niet in beeld. Dat komt ook door wat er recent in Limburg met de wateroverlast is gebeurd. We merken dat partijen het onderwerp breed aanvliegen en niet alleen focussen op wat we al weten maar ook op wat we nog niet goed kennen. Wat leeft er in de maatschappij en kunnen we daarin meer inzicht krijgen zodat we daar later misschien een meting gaan doen?”

Els vervolgt: “Wat je ook merkt, is dat bepaalde onderwerpen bij sommige partijen helemaal niet meer op de radar staan omdat ze het al doen. Het is juist goed om in beeld te brengen dat je het al goed doet. En dat mag in zo’n verantwoording terugkomen. Wanneer iets bij de ene partij een probleem is en bij de ander goed gaat, dan moeten we juist mensen bij elkaar brengen om van elkaar te leren. Dan creëren we een palet aan kansen.”

Bij een dialoog loop je het risico dat je maar blijft praten. Hoe ziet het tijdspad eruit?
”We sturen op output bij de dialoog die leidt tot vaststellen van de onderwerpen (met gezamenlijk belang) voor de monitor. We hebben koplopergroepen samengesteld en kick-offs gehouden. Nu zijn we bezig met verdieping in een-op-een interviews en daarna gaan we eind augustus terug naar koplopergroepen met een voorstel van onderwerpen. Grote kans dat het gaat over gedeelde onderwerpen als circulaire grondstoffenflows, CO2, biodiversiteit, stikstof. Vervolgens koppelen we midden september aan de stuurgroep terug welke 5-6 onderwerpen de provincies, gemeenten, waterschappen en het Ministerie belangrijk vinden voor onze sector om te gaan meten. Als de stuurgroep daar akkoord op geeft, is het tijd voor de discussie over de definities. Dat willen we eind september afronden. We willen echt snel meters maken en niet eindeloos blijven praten.”

Jullie spreken nu alleen overheidspartijen, gaan jullie nog met de keten zelf in gesprek?
“Jazeker,” bevestigt Els, “we hebben in deze fase bewust gekozen om de inventarisatie bij de overheidspartijen te doen. Zij worden verplicht via aanbestedingen om duurzaam te werken, maar het gaat natuurlijk om de hele keten van Duurzaam GWW. Dit najaar willen we een grote sessie organiseren waarin we de dialoog zoeken met de keten zelf. De data voor monitoring zullen de ketenpartijen moeten aanleveren. Ik denk dat je daarbij beter kan aansluiten bij wat men al vastlegt in plaats van iets nieuws verzinnen. Wat we hebben is makkelijk in een monitor te vatten en dan is het misschien niet perfect maar heb je wel een actuele stand van zaken. Aanbestedingen, bestekken en projectdossiers bevatten al veel data. En we staan pas aan het begin, in de komende jaren zal nog veel veranderen over wat we willen monitoren. Zetten we in op productsoort, soorten asfalt, MKI-waarden of broeikasgassen, of gaan we juist van alles meten? We zijn er nog niet uit over wat de juiste weg daarin is. Het belangrijkste nu is om met elkaar in dialoog te gaan om te begrijpen waar het om gaat en te kijken naar de stapjes die we al wel goed zetten. Het systeem volgt later wel.”

Wil je betrokkenen in de Duurzaam GWW-keten nog iets meegeven?
“Laten we kijken naar wat er al goed gaat in de sector en dat ook inzichtelijk maken, en niet de focus op de problemen leggen. Door naar kansen te kijken, kan je veel leren en snelheid in het proces krijgen. Ik merk dat mensen het best moeilijk vinden om te zeggen wat ze goed doen. Zeg wat je goed doet en wat anderen daarvan kunnen meenemen.

Graag doe ik hierbij een oproep aan partijen die al slagen hebben gemaakt in de reductie van CO2 en hoe je dat je in kaart brengt. Het zou fantastisch zijn als we meer response krijgen van actieve partijen in de keten en met ze praten over wat we moeten gaan meten (naast CO2). Ik denk dat we in de keten sowieso meer moeten samenwerken dan concurreren om te komen tot oplossingen voor CO2-reductie.”

Heb jij ideeën of wil je een actieve bijdrage leveren aan het monitoringsvraagstuk van Duurzaam GWW? Stuur dan een e-mail naar Els Martijn.