Nieuwe natuur maken – over de herinrichting van Heesseltsche Uiterwaarden

Herinrichting Heesseltsche Uiterwaarden

De herinrichting van de Heesseltsche Uitwaarden bij Opijnen moet het land achter de dijken beschermen tegen hoge waterstanden van de Waal. Tegelijkertijd ontstaat er een slordige 206 hectare aan nieuwe natuur. De aanleg daarvan doet Martens en Van Oord op een duurzame manier met een maximale CO2-reductie. “Op alle fronten proberen we het project zo efficiënt en daarmee zo duurzaam mogelijk uit te voeren”, benadrukt projectleider Herman Oomens van Martens en Van Oord.

De grootscheepse herinrichting van het in totaal 386 hectare grote gebied wordt geleid vanuit de voormalige kantine van de plaatselijke voetbalclub. “Hier hebben we een mooi onderkomen en zijn we dicht bij het projectgebied”, zegt Oomens. De projectvergaderingen worden gehouden in de ruimte die vroeger dienstdeed als bestuurskamer. Het bordje dat boven de ingang prijkt herinnert nog aan die tijd. Aan de muur hebben de uitslagen echter plaatsgemaakt voor tekeningen van het gebied aan de rechteroever van de Waal bij het dorp Heesselt. Oomens wijst op de tekeningen de winterdijk aan die de noord-, oost- en zuidzijde van het gebied begrenst. Voordat de mannen van Martens en Van Oord twee jaar geleden de uiterwaarden introkken was het vooral een open agrarisch landschap waar de zomerdijk doorheen meandert en dat bij hoogwater in de Waal onder water komt te staan. “Buiten de dynamiek van de Waal was het een vrij eenzijdig gebied”, vindt Oomens. Maar door klimaatveranderingen verwacht Rijkswaterstaat in de toekomst vaker extreme hoogwaterstanden en om het gebied achter de dijk droog te houden moet de Waal meer de ruimte krijgen. “Als wij volgend jaar klaar zijn dan is de waterstand bij maatgevende omstandigheden met minimaal 5,5 centimeter verlaagd.”

Geulen
Om dit te bewerkstelligen graven de machines van Martens en Van Oord extra geulen en verlagen daarmee delen van de Uiterwaarden. Bij elkaar wordt er ruim twee miljoen kuub grond afgegraven. “1,2 miljoen kuub verdwijnt in de vijf zandwinputten in de uiterwaarden. Deze met water gevulde zandwinputten zijn lokaal maar liefst vijftien meter diep. Met het storten van de 1,2 miljoen kuub grond brengen we dat terug naar drie meter onder NAP.” Voor dit grondverzet zet Martens en Van Oord extra zware vrachtwagens in die circa zestig ton zand kunnen vervoeren. “Dit hebben we gedaan om het aantal ritten van die wagens te kunnen verlagen. Behalve dat we daarmee brandstof besparen is dit kostenefficiënt en betekent het ook een fikse tijdbesparing door de hoge producties die we hiermee halen.”

De vrachtwagens wegen van zichzelf echter al ruim twintig ton. “Bij elkaar gaat het dus, als de wagen geladen is om een gewicht van pakweg 80 ton. De grondslag in de uiterwaarden is niet berijdbaar door dergelijk materieel.” Om die reden heeft Martens en Van Oord in het gebied in totaal elf kilometer wegennet aangelegd. Dit wegennet wordt gevormd door 12 meter lange en 3,5 meter brede mega-rijplaten. “Zowel de heen- als de terugweg hebben een eigen baan waarover de vrachtwagens met een normale snelheid kunnen rijden.” Oomens wijst op een andere tekening waar over de rijbanen een loopbrug is aangelegd. “Er loopt daar een wandelpad. Voor de veiligheid van de wandelaars en om te voorkomen dat de vrachtwagens op dat punt moeten afremmen en optrekken hebben we die loopbrug gebouwd.”

De transportbanen brengen de vrachtwagens naar een laadbrug waar het zand in een zogenaamde splijtbak wordt gestort. “Dit gebeurt zonder tussenkomst van een kraan. De laadbrug is verzwaard zodat deze geschikt is voor de zware vrachtwagens. Deze rijden achteruit de brug op en vervolgens kiepen zij hun lading in de splijtbak.” De splijtbak die naar de te dempen zandwinput vaart kan de lading in één keer lossen. “Ook dit geeft een besparing op kosten en brandstofverbruik.” Hoewel niet exact is vastgelegd hoeveel brandstof met deze maatregelen is bespaard, verwacht Oomens dat dit oploopt tot 30 procent. “Het is een leerpunt van ons om die data in de toekomst nóg beter vast te leggen en expliciet te maken”.


“Dit soort werk past Martens en Van Oord perfect en we maken er een sport van om iedere schakel in de logistieke keten te optimaliseren met de middelen waarover wij beschikken. Het was een EMVI-aanbesteding en onze aanbieding kwam mede door de efficiënte logistiek als gunstigste uit de bus.” Oomens geeft wel aan dat er op dit moment weinig ruimte in de aanbestedingsvormen is om naast de inschrijfprijs echt te scoren op het gebied van efficiënte logistiek en duurzaamheid. Dit komt doordat het duurzaamheidscriterium de CO2-prestatieladder is en alle gerenommeerde partijen tegenwoordig het hoogste niveau op deze ladder hebben.

Hergebruik grond
Behalve het storten van 1,2 miljoen kuub in de zandwinputten wordt het resterend vrijkomende materiaal in de markt afgezet. “Dit met de bedoeling om de materialen te verkopen. Zo is een deel van het vrijgekomen zand afgevoerd naar de betonindustrie en naar infraprojecten. De klei is deels verkocht aan steenfabrieken waar het als grondstof voor straatklinkers zal worden gebruikt. Op deze manier is er een duurzame bestemming voor de vrijgekomen materialen gevonden.”

Het grondverzet en vervolgens de herinrichting van de Uiterwaarden zorgt voor ruim 206 hectare nieuwe natuur. “Er worden recreatieve voorzieningen aangebracht en er ontstaan geulen en zachthout ooibossen die bijdragen aan de natuurdoelstellingen. De door ons aangelegde geul zorgt voor een betere doorstroming van het water in de Waal en het ontwikkelen van nieuwe riviernatuur.”

Goede samenwerking
De realisatie verloopt volgens Oomens voorspoedig. “De samenwerking met Rijkswaterstaat als opdrachtgever, maar bijvoorbeeld ook met Waterschap Rivierenland is heel goed. Je komt in zo’n werk immers altijd wel iets tegen wat van tevoren niet is voorzien.” Zo bleek bijvoorbeeld de bodemgesteldheid op sommige plekken anders te zijn dan verwacht. “We zijn hier in goed overleg met elkaar uitgekomen door rekening te houden met de verschillende belangen.”

Een treffend voorbeeld van die goede samenwerking vindt hij hoe er met de kwelremmende laag bij de winterdijk is omgegaan. “Bij de winterdijk moest een kwelremmende laag aangebracht worden. Zo’n laag bestaat meestal uit klei. Binnen het gebied was echter geen geschikte klei voorhanden, op een ander project van Martens en Van Oord kwam klei beschikbaar van hoogwaardige kwaliteit. Door hergebruik van deze hoogwaardige klei kon de benodigde hoeveelheid gereduceerd worden en zijn de kosten gehalveerd. En het waterschap heeft een kwelbeperkende laag gekregen van hoge kwaliteit.” Hij werpt een blik op de tekeningen aan de muur van de oude bestuurskamer en zegt dan: “Ook door onze onderlinge samenwerking kunnen we zo een mooie bijdrage leveren aan duurzaamheid.”